
In Oudewater, bij Gouda, staat nog een heksenwaag uit 1482. Daar werden vroeger mensen gewogen. Zij konden daarna een brief kopen. Dat was het bewijs dat ze geen heks waren.
Heks of geen heks?
Als er 400 jaar geleden iets ergs gebeurde, dan kreeg een heks de schuld. Iedere vrouw kon een heks zijn. Als je vroeger een nare buurvrouw had, zei je gewoon dat ze een heks was. Met een beetje geluk was je gauw van haar af. Er waren allerlei manieren om te bewijzen dat een vrouw een heks was. Ze werd bijvoorbeeld gewogen. Heksen wegen immers weinig om op een bezem te kunnen vliegen. Ze werd ook wel in het water gegooid. Als ze zonk, was ze géén heks. Maar ze was dan meestal wel verdronken! Of ze werd gepijnigd, tot ze zelf toegaf dat ze een heks was.
Brandstapels
In de vijftiende, zestiende en zeventiende eeuw moesten heksen op de brandstapel. Rond 1600 waren er al heel veel ‘heksen’ levend verbrand. Dat noemen we de heksenvervolging. Het waren vaak vrouwen die een beetje anders waren. Ze zagen er anders uit of ze konden mensen genezen met kruidenmiddeltjes. Na 1650 werden er minder heksen verbrand. De mensen gingen minder geloven in tovenarij. Johannes Wier was een arts uit Grave. Hij schreef dat mensen vaak vals werden beschuldigd. Steeds meer mensen waren het met hem eens. In de achtiende eeuw was er geen heksenvervolging meer.
Filmpje van Schooltv over de heksenvervolging.