
Met de boot 'de Santa Maria' ontdekte Christopher Columbus Amerika. Hij dácht dat hij de weg naar India gevonden had. Pas jaren later bleek dat het Amerika was!
Handel drijven
Vroeger hadden de mensen nog niet de hele aarde ontdekt. Veel mensen dachten dat de aarde een platte schijf was. Ver op zee kon je er vanaf vallen, geloofden ze. De ontdekkingsreizen lieten zien dat de aarde echt rond is. Je kunt er helemaal omheen varen. Nodig: goede kaarten, een goed schip en een kompas. De ontdekkingsreizen maakten betere handel mogelijk met verre landen. Ging je over land, dan betaalde je veel belasting onderweg. En sommige landen kun je alleen maar over zee bereiken. Bijvoorbeeld Australië, Nieuw-Zeeland en landen in Amerika.
Landje pik
Op zoek naar handelswaren ontdekten de mensen nieuwe landen. Daar woonden al mensen. Toch eigenden de ontdekkingsreizigers zich het “nieuwe” land toe (in naam van hun koning). Dat lukte omdat zij veel sterkere wapens hadden. Ze kochten of pakten de dingen die zij zelf niet hadden. Zoals: goud, zilver, koper, zijde, cacao, peper, tomaten en aardappelen. Die brachten ze naar hun eigen land en ze werden rijk. De mensen die altijd al in het nieuwe land woonden, werden uitgebuit. Ze kregen heel weinig voor hun goederen en moesten hard werken.