
Kinderen aan het werk rond het jaar 1900. Deze kinderen mochten het geld dat ze verdienden niet zelf houden.
Armoede
In de negentiende eeuw waren er veel arme mensen. Iedereen in het gezin moest werken. Vaak hadden ze dan nóg niet genoeg te eten. Ook de kinderen moesten werken. Ze werkten in mijnen, op het land en in fabrieken. Maar ook wel bij rijke mensen thuis. De volwassenen en de kinderen hadden het vaak niet fijn. Ze moesten vroeg beginnen en tot ’s avonds doorwerken. Doordat de machines in de fabrieken gewoon doorgingen, moesten kinderen ook vaak ’s nachts werken. Soms wel zes nachten per week. De meeste kinderen gingen toen niet naar school. Daar was geen tijd en ook geen geld voor. Ook waren de kinderen er veel te moe voor om op school nog iets te leren. Soms vielen ze tijdens het eten in slaap.
Kinderwetje van van Houten
De fabrieksdirecteuren vonden dat kinderen zo jong mogelijk moesten leren om hard te werken.Vaak was er bij het werk weinig licht en een slechte lucht. Er gebeurden ongelukken. Kinderen werden ziek of gingen vroeg dood. Samuel van Houten vond dat het zo niet langer kon. Hij zorgde ervoor dat kinderarbeid in 1874 werd verboden. Maar de fabrieksdirecteuren trokken zich daar niet veel van aan. In 1900 besloot de regering dat alle kinderen naar school moesten. Pas toen kregen we minder kinderarbeid in ons land.
Film van Schooltv over kinderarbeid in de 19e eeuw.