
Het circus bestaat al heel lang. De eerste circussen werden in Italiƫ gehouden.
Circus
Het circus komt met een grote tent naar waar jij woont. Overal komen borden, waarop staat wanneer het circus optreedt. In de tent is in het midden een cirkel. Dit noemen we de piste. Hierin laten de mensen en dieren hun kunsten zien. Bij het circus werken veel mensen. Sommige moeten de tent opbouwen en weer afbreken. Anderen zetten de borden met reclame voor het circus neer. Er moeten kaartjes worden verkocht, de dieren moeten verzorgd worden. In een circus zie je dieren, acrobaten en clowns. Iedereen moet lang oefenen om zijn kunsten te leren. De spreekstalmeester vertelt wat er gaat komen.
School
Er zijn speciale circusscholen. Bijvoorbeeld in Leeuwarden. Hier leer je voor acrobaat of jongleur. Je moet hier lenig voor zijn. Een acrobaat is iemand die moeilijke dingen in de lucht of op de grond doet. Bijvoorbeeld zwaaien aan de zweefstok of aan een koord. Een jongleur is iemand die kunsten doet met ballen en messen.