
In een zeer zware storm waaide dit vakantiehuisje om. Zo hard waait het niet vaak in Nederland.
Lucht in beweging
Om de aarde zit een laag met lucht. De aarde trekt die luchtlaag aan door de zwaartekracht. Mensen, dieren en planten hebben lucht nodig om te leven. De zon zorgt ervoor dat de lucht beweegt. De zon verwarmt de aarde. De aarde verwarmt dan de lucht die erop ligt. Warme lucht gaat omhoog. Op die plaats is er dan minder lucht. Dat heet lage luchtdruk. In de hoogte is het koud. Dus daar koelt de warme lucht af. Koude lucht is zwaarder en zakt omlaag. Op die plek is dan veel lucht: hoge luchtdruk. De lucht gaat altijd van hoge luchtdruk naar lage luchtdruk. Dat heet wind.
De kracht van wind
Als het waait, kun je een vlieger oplaten. De wieken van een molen gaan draaien. Een luchtballon kan op reis gaan. Een zeilboot en een surfplank kunnen varen. Een vlag kan wapperen. Je kunt zelf een beetje wind maken door te blazen. Of je wappert met een waaier. Wind kan heel hard waaien. Dat heet storm of orkaan. Dan kan een mens of een vrachtwagen omwaaien. De storm blaast soms dakpannen of schoorstenen van het dak. De wind kan op het water hele hoge golven opwaaien. Dat is gevaarlijk voor de schepen.