
In de herfst gaan de bladeren aan de bomen verkleuren. In het bos vind je paddestoelen. Je kunt de herfst soms ruiken.
Herfst
In de herfst is het oogsttijd van planten en vruchten. Op de boerderij worden aardappels, mais en suikerbieten geoogst. De appels en peren zijn rijp en worden geplukt. Dieren gaan op zoek naar noten en zaden. Ze leggen een voorraad voor de winter aan. Dieren krijgen een dikkere vacht. Vogels gaan op zoek naar landen waar het warmer is. In de lucht zie je grote groepen vogels naar het zuiden vliegen. Sommige vogels vliegen naar Afrika.
Herfstweer
In de herfst kan het overdag mooi weer zijn. ’s Nachts kan het al vriezen. Soms regent het. Er zit veel waterdamp in de lucht. Waterdamp zijn kleine waterdruppeltjes. Wanneer het mistig weer is voelt alles nat. Door de wind of de zon kan de mist oplossen.
In de herfst kan het flink waaien. Aan zee zie je grote golven. Het zand blaast in je gezicht. Door de verschillen in temperatuur beweegt de lucht. Warme lucht van de aarde gaat naar boven. Hoog boven in de lucht koelt de lucht af en gaat naar beneden. Wanneer de verschillen groot zijn kan het gaan stormen.