
Hagelstenen zijn brokjes ijs die in een onweerswolk ontstaan.
Hagel Hagelstenen zijn harde klompjes ijs. Het zijn regendruppels die bevroren zijn. Ze ontstaan in wolken waarin sterke luchtstromingen zijn. Deze luchtstromingen gaan omhoog en omlaag. De klompjes ijs worden op en neer geslingerd. Om de ijskristallen heen vormen zich telkens nieuwe laagjes ijs. Onderin de wolk is het niet zo koud. Het water in het ijskristalletje smelt langzaam. En een doorzichtig laagje ijs ontstaat. Hoger in de wolk is het kouder. De hagelkorrels worden dan bedekt met een laagje sneeuwachtig ijs. Als je een hagelsteen doorsnijdt, zie je de laagjes ijs. Je kunt dan tellen hoe vaak de hagelsteen op en neer geslingerd is.
Hagelstenen klein tot groot
In ons land komt zomerhagel vijf keer per jaar voor. De hagel heeft een doorsnede van 2 centimeter of meer. Iedere zomer komen ook grotere hagelstenen omlaag. Op 23 juli 1996 vielen er in Apeldoorn hagelstenen van circa 6 centimeter. Op 6 juni 1998 zijn bijzonder grote hagelstenen gevallen. De hagelstenen waren soms 10 centimeter groot. Dat zijn hagelstenen zo groot als een tennisbal. Deze hagel geeft veel schade aan auto's, fruitbomen, vogels en kassen.