
Kamelen kunnen met hun grote voeten goed lopen in zand. De bulten op hun rug hebben een grote voorraad vet. Een kamelenlijf kan daar water van maken.
Hoe ziet een woestijn er meestal uit?
Een woestijn is een heel erg droog gebied. Het regent er bijna nooit. En er zijn heel weinig waterbronnen. Overdag kan het heel erg heet zijn in een woestijn. Maar ’s nachts is het juist heel koud. De meeste woestijnen bestaan uit rotsen. Zware stormen schuren zacht gesteente weg. De rotsen hebben daardoor vreemde vormen. Een klein deel van de woestijnen bestaat uit zand. Bijvoorbeeld de Sahara in Afrika. Er bestaan ook ijswoestijnen, zoals Antarctica (het Zuidpoolgebied). Er komt steeds meer woestijngebied bij op de aarde. Mensen en dieren maken de bodem kaal. Te kaal om er te wonen en te eten.
Wat leeft in de woestijn?
Weinig planten, dieren en mensen kunnen overleven zonder water. Woestijnplanten en –dieren hebben genoeg aan heel weinig water. Ze doen het ook met weinig voedsel. De planten hebben hele lange wortels. Zo kunnen ze bij het grondwater komen. Of ze bewaren regenwater in hun binnenste, zoals de cactus. De baobab kan dat ook. Dit is een boom met een hele dikke stam. De dieren leven vaak ’s nachts. Ze jagen op elkaar. Er zijn slangen, spinnen, schorpioenen, hagedissen, insecten en knaagdieren. Ook een struisvogelsoort (emoe) en de kameel kunnen er overleven. Er zijn ook nomaden. Dat zijn mensen, die met tenten rondtrekken.