
Deze kinderen tekenen een echt Hollands tafereel. Een brede rivier met wolken er boven.
Stroompje
Een rivier begint meestal hoog in de bergen. In het voorjaar smelt de sneeuw. Er ontstaan kleine stroompjes water. De stroompjes komen bij elkaar. Samen worden ze een steeds bredere rivier. In de bergen gaat het water erg snel naar beneden. Het water stroomt uiteindelijk naar de zee. De Maas, de Waal en de Rijn stromen door Nederland naar de Noordzee. In het vlakke land stromen ze langzaam en maken veel bochten.
Gebruik
Mensen kunnen de rivier goed gebruiken. Over het water kun je gemakkelijk spullen vervoeren. Daarom bouwden ze vroeger vaak steden aan een rivier. Nog steeds gaan er veel schepen met goederen van Rotterdam over de Rijn naar Duitsland. Op sommige plaatsen maken machines het water uit de rivier goed schoon. Er wordt dan drinkwater van gemaakt. Met water kun je elektriciteit maken. Het stromende water laat grote molens draaien. De molens wekken stroom op.