
Dit is de Kri-Najamagrot in Slovenië. In de grot zijn druipsteenvormen en een onderaards meer.
De kracht van water
Een grot is een kleine of grote holte in rots. Meestal is hij grillig van vorm en kleur. Een grot ontstaat heel langzaam in de rotsen. Water (een riviertje of regen) maakt openingen in de rots. Water kan vooral zachte steensoorten laten slijten, héél langzaam. Dat duurt duizenden jaren. Het begint met een scheurtje, dat steeds groter wordt uitgeschuurd. Grotten kunnen heel lang of heel diep zijn. In Nederland (in het zuiden van Limburg) zijn ook grotten. Deze zijn door mensen uitgehakt en uitgegraven. Het zijn eigenlijk steengroeven of oude steenkoolmijnen.
Onderaards
In grotten is het meestal donker, koud en vochtig. De opening naar buiten is soms maar erg klein. Binnen heb je dikke kleren nodig en een lamp. Neem ook een kompas, een helm en een touw mee. En neem ook nog iemand anders mee. Je kunt vallen of beklemd raken. Of er vallen loszittende stenen op je. In het donker kun je ook verdwalen. In grotten groeien geen groene planten. Er is immers geen licht. Er wonen vaak wel dieren. Bijvoorbeeld vogels, insecten, vissen, kreeften en watersalamanders en vleermuizen.