
De foto laat twee bloembolplantjes zien. In de witte pot zie je blauwe druifjes. In de glazen vaas groeien sneeuwklokjes.
Bloembol
Sommige planten hebben een bloembol onder de grond zitten. Tulpen, narcissen, lelies en sneeuwklokjes hebben een bloembol. In een bloembol zit een hele plant verstopt. Als je in een bloembol kijkt, zie je veel lagen. Die lagen heten rokken en dat zijn de ondergrondse bladeren. Daarin zit het voedsel voor de plant om te groeien. Het plantje komt uit het midden van de bol. Tussen de lagen zitten knoppen. Daar kunnen nieuwe bloembollen uit groeien. Onder de bloembol groeien wortels. Daarmee haalt de bol water uit de grond.
Groeien en bloeien
In de herfst stop je de bloembol in de grond. In de lente wordt het dagelijks langer licht en warmer. Dan groeit de plant uit de bloembol: een stengel met bladeren en de bloem. Het blad van de plant maakt zelf zijn voedsel. Hij gebruikt daarvoor zonlicht, water en zuurstof uit de lucht. De bloem gebruikt veel van dat voedsel om te bloeien. De kweker wil vooral nieuwe bloembollen. Hij haalt de bloemen er snel af. Hij laat de bladeren en de stengel staan. De bladeren blijven voedsel maken. Dat voedsel gaat nu naar de bloembol. Die wordt dan sterk en maakt er nieuwe bolletjes bij. Elke bol kan een nieuwe plant worden.