
Onder deze witte kruizen liggen soldaten begraven. Ze hebben in de Tweede Wereldoorlog gevochten (1940-1945). In oorlogen gaan veel mensen dood. Ook mensen die geen soldaat zijn en niet vechten.
Dood
Dood is het einde van het leven. Het hart stopt, de ademhaling stopt, de hersenen stoppen. Een dode kan niet meer bewegen, voelen, horen of zien. Iemand die dood is, kun je niet meer levend maken. Iedereen die leeft, krijgt te maken met de dood. Mensen sterven meestal omdat hun lichaam te oud is. Dat is na ongeveer tachtig jaar leven. Mensen kunnen ook eerder dood gaan. Bijvoorbeeld door een ongeluk, een natuurramp of een ernstige ziekte. Heel soms zijn er mensen die zichzelf doodmaken. Dat heet zelfmoord.
Begraven of cremeren
Een dood lichaam bederft snel. Daarom wordt het kort na het sterven begraven of verbrand. Verbranden heet dan cremeren. Familie en vrienden komen allemaal om afscheid te nemen. Meestal is er een afscheidsdienst met troostende woorden en herinneringen. Vaak is er ook muziek bij. De dode voelt helemaal niets meer. Maar de familie en vrienden zijn erg verdrietig. Verdriet kan lang duren, langer dan je denkt. Vooral als er iemand uit je gezin is doodgegaan. Je leven wordt dan ineens heel anders. Dood is heel moeilijk te begrijpen. Toch kun je na een tijdje vaak ook weer vrolijk zijn. Als dat niet lukt, moet je praten met iemand die je vertrouwt.