
Het bruine vlak vooraan is een stuk van onze maan. De blauwe planeet daar achter is de aarde. In de verte staat een heldere ster: onze eigen zon. De andere planeten zijn niet zichtbaar. Die staan veel verder weg.
Ons zonnestelsel
De aarde draait in een baan rond de zon. Dat doet ze elk jaar weer. Andere planeten doen dat ook, ver van elkaar vandaan. Twee planeten draaien hun ronde dichter bij de zon. Vijf planeten draaien verder van de zon vandaan. Vaak draaien er één of meer manen rond een planeet. De zon, de planeten en hun manen heten samen: zonnestelsel. De zon is een ster: een gigantisch grote bol brandend gas. De zon is zó groot, dat hij veel zwaartekracht heeft. Daardoor moeten de kleinere planeten om hem heen blijven draaien. Ons zonnestelsel ligt in een sterrenstelsel, dat de Melkweg heet. In de Melkweg liggen nog miljoenen andere sterren. Er zijn ontelbare sterrenstelsels in het heelal.
Planeten
Een planeet is een bol in het heelal. Een planeet draait om een ster. Planeten geven zelf geen licht. De aarde is de derde planeet van onze zon. De kleinere planeten bestaan alleen uit steen. Dat zijn Mercurius, Venus, Aarde en Mars. De grotere planeten heten Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. Zij hebben een binnenste van steen. Daar omheen zit een enorm grote bol van gas. Vroeger was er nog een negende planeet: Pluto. Ruimtedeskundigen vinden Pluto te klein voor een planeet. Pluto is nu nog maar een 'dwergplaneet'. Er worden nog steeds nieuwe dwergplaneten ontdekt.