
Deze walvis (een bultrug) springt op uit het water. Hij kletst op zijn rug terug in zee. Niemand weet waarom ze dat doen.
Grote zeezoogdieren
Walvissen zijn heel grote zeedieren. De blauwe vinvis is het allergrootste dier op de aarde. Hij is net zo zwaar als wel 30 olifanten. Walvissen kunnen heel goed en ver zwemmen en diep duiken. Ze hebben een lang slank lijf met een enorm hoofd. Ook hebben ze een lange staart. Walvissen hebben vaak een blauwgrijze kleur. Zo vallen ze niet op in het water. Walvissen hebben longen en moeten elk half uur adem halen. Ze spuiten dan oude lucht door hun spuitgat naar buiten. Dat maakt een geluid als een kanonsknal. Walvissen maken diepe loeiende, rommelende geluiden: ze zingen naar elkaar.
Baarden en tanden
Baardwalvissen zijn grote walvissen met baleinen van hoorn. Baleinen zijn grote, rafelige platen in de bek (de baard). Die baleinen zeven kleine zeediertjes en plantjes (plankton) uit het water. Bultruggen, grijze walvissen en blauwe vinvissen zijn baardwalvissen. Er zijn ook tandwalvissen met scherpe tanden. Zij jagen op zeedieren (bijvoorbeeld inktvissen, vissen). Dolfijnen, orka’s en potvissen zijn tandwalvissen.