spacer spacer   spacer spacer
Basisschool spacer Voortgezet Onderwijs spacer MBO en VE spacer Docenten spacer Mediathecarissen
 
visual
Slak
Een slak is altijd thuis. Overal waar hij gaat, draagt hij zijn huisje met zich mee. Zo kan hij zich verstoppen als er gevaar is.
Lichaam
Slakken zijn weekdieren. Ze hebben een huis op hun rug. Sommige hebben geen schelp. Dat zijn naaktslakken. Een slak heeft twee paar tentakels. Op de grootste voelhorens zitten zijn ogen. Veel ziet een slak er niet mee. Maar wel of het dag of nacht is. Ook heeft een slak maar één voet. Die is erg groot en werkt als een zuignap. Het slijm onder de voet zorgt ervoor dat hij makkelijk vooruit kan glijden. Een slak is hermafrodiet. Dat betekent dat hij tweeslachtig is. Hij is zowel een mannetje als een vrouwtje.

Voedsel
De slak eet allerlei planten. Niet alleen levende, maar ook half vergane planten. Hij ruimt veel rottende planten voor ons op. Vaak zie je slakken in tuinen. Met de twee korte voelhorens zoeken ze naar blaadjes. Slakken hebben geen tanden. Ze eten met hun tong. Die zit vol met puntjes. Meestal eet een slak van de rand van een blad. Daar raspt hij langs met zijn tong.