
Een lieveheersbeestje vliegt niet met zijn stevige gestippelde dekschilden. Hij vliegt met de dunne vleugels die daaronder verstopt zitten.
Hoe ziet hij eruit?
Een lieveheersbeestje is een kever. Hij heeft een platte buikkant en een bolle rugkant. Zijn dekschilden zijn meestal glanzend en felgekleurd. Hij kan rood, geel of zwart zijn. Er zitten 2 of meer stippen op de dekschilden. Die stippen heeft hij altijd al en ze veranderen niet. Het lieveheersbeestje kan goed en ver vliegen. Hij heeft zes korte pootjes. Daarmee kan hij niet erg hard lopen. Hij trekt ze onder zijn schild bij gevaar. Ook scheidt hij dan een geel, vies sap af. Dat is om de vijand af te schrikken: ik smaak heel vies!
Hoe leeft hij?
Het lieveheersbeestje leeft in bossen, grasland en tuinen. Overal waar planten zijn, zijn lieveheersbeestjes. Ze leven meestal maar één jaar. Het lieveheersbeestje begint als eitje. Zijn moeder legt de eitjes op een plant met bladluizen. Uit het eitje komt een larve. Die begint de bladluizen van de plant te eten. Bladluizen zijn te sloom om te vluchten. Het lieveheersbeestje groeit en vervelt een paar keer. Dat doet hij, als hij te dik wordt. Als hij groot genoeg is, wordt hij een pop. Als hij uit de pop breekt, is hij helemaal geel. Later krijgt het lieveheersbeestje stippen en langzaam wordt hij rood. Hij gaat als volwassene gewoon door met bladluizen eten.