
Hier zie je een koala in zijn geliefde leefboom ('eucalyptus'). De koala eet alleen maar eucalyptusblaadjes. Daardoor ruikt hij naar hoestdrank!
Alleen maar blaadjes eten
In Australië groeit een bijzondere soort bomen: eucalyptusbomen. In sommige van die bomen zitten heel rustige dieren. Dat zijn koala’s. Ze kunnen goed klimmen. Ze klemmen zich met hun klauwen vast aan de boom. Koala’s slapen overdag. ’s Nachts zoeken ze jonge eucalyptusblaadjes om te eten. Geen enkel ander dier eet die blaadjes. Die zijn namelijk een beetje giftig. De koala is de enige die daar goed tegen kan. Kleine beestjes in zijn darmen (bacteriën) maken het gif onschadelijk. Een koala beweegt en eet heel erg langzaam. Hij hoeft nooit te drinken. In de blaadjes zit genoeg water voor hem. De oudste bewoners van Australië noemden hem: 'Koala'. Dat betekent in de oer-Australische taal: 'Geen water' of 'Niet drinken'.
Geen beer, maar buideldier
Vind je dat een koala lijkt op een teddybeer? Toch is het geen beer, maar een buideldier. Hij is dus familie van de kangoeroe. De koalavrouwtjes hebben een buidel op hun buik. De opening van de buidel zit aan de onderkant. Het pasgeboren jong kruipt er in en drinkt er moedermelk. Het jong leert in de buidel al eucalyptusblaadjes eten. De moeder kauwt de blaadjes voor en geeft het hem. Zo kan het eucalyptusgif het koalajong geen kwaad doen. Het jong groeit en past niet meer in de buidel. Dan klimt hij op zijn moeders rug. Daar blijft hij nog een half jaar. Daarna kan hij voor zichzelf zorgen.