
Dit ziet een machinist mogelijk vanuit zijn stuurcabine.
Openbaar vervoer
De trein is openbaar vervoer: iedereen mag mee, als je betaalt voor de reis. Je koopt een treinkaartje aan een loket of bij een automaat. De trein rijdt over rails (“reels”). Hij rijdt op vaste tijden van de ene stad naar de andere. Hij stopt dan bij het station langs het perron. Daar kun je in- en uitstappen. Mensen die uitstappen hebben voorrang.
Soorten treinen
Vroeger waren er stoomtreinen. De trein had een echte locomotief die andere wagens trok. Later kwamen er diesel- en elektrische treinen. Er zijn ook treinen die rijden op magneten. Dat zijn zweeftreinen: ze zweven een paar millimeter boven de grond. Ze worden dus niet geremd door wrijving van de grond. Daardoor kunnen ze heel snel gaan. ’s Nachts rijden er vaak goederentreinen. Die vervoeren allerlei vracht. Overdag en ’s avonds rijden de personentreinen.