
Soms lekt er olie uit een olietanker of een oliebron. Vogels krijgen de olie op hun verenpak. Ze kunnen dan niet meer vliegen of zwemmen. Mensen moeten ze schoonmaken, anders gaan ze zeker dood.
Omgeving
Het milieu is de omgeving om je heen. Dus de grond, de lucht, het water, alles wat leeft. Het leefgebied van planten, bossen, dieren en mensen verandert steeds. Fabrieken, landbouw, vliegtuigen en auto’s maken giftige stoffen. Die stoffen zijn slecht voor de natuur en het milieu. Planten, bomen en dieren worden langzaam ziek en sterven uit. Voor mensen heeft dit ook gevolgen. Mensen eten planten en dieren. Bomen zorgen voor het maken van zuurstof om te ademen. De aarde warmt op. De ijskappen op de Noord- en Zuidpool smelten. De zee stijgt steeds meer. Lage landen kunnen gaan overstromen.
Gezond milieu
Het milieu moet zo gezond mogelijk zijn om te kunnen leven. Wetenschappers proberen daarom de milieuproblemen op te lossen. Dat gaat langzaam. Ondertussen kunnen mensen zelf ook iets doen voor het milieu. Bijvoorbeeld zo weinig mogelijk reizen met vliegtuig en auto. Je kunt lopen, fietsen of met bus, tram, metro of trein gaan. Je kunt zo weinig mogelijk energie gebruiken. Kort douchen, elektrische apparaten uitzetten als je ze niet gebruikt. Of de verwarming lager zetten.
Watervervuiling
Hieronder staat een animatie met verschillende bronnen van watervervuiling. Zie je dat het vervuilde water ook in de grond terecht komt?