
Een schone en frisse mond geeft een lach zonder etensrestjes. En het houdt je gebit in goede conditie.
Waarom tanden poetsen?
Tanden en kiezen maken je eten klein bij het kauwen. Ze mengen het eten met speeksel. Zo wordt het eten klaargemaakt voor opname in je lijf. Door je tanden en kiezen kun je ook verstaanbaar praten. Wist je dat? Er gaat heel vaak eten en drinken langs je tanden en kiezen. Daar zitten suikers in. In iedere mond zitten bacteriën die zuren maken van suikers. Bacteriën zijn piepklein. Je kunt ze met je blote oog niet zien. De zuren maken het harde buitenlaagje van je gebit kapot. Dat laagje heet glazuur. Het beschermt je gebit tegen gaatjes en kiespijn.
Hoe moet je tandenpoetsen?
Neem een tandenborstel met een kleine kop. Hij moet een rechte steel hebben en zachte rechte borstelhaartjes. Doe er een klein beetje tandpasta op met fluoride. Dat stofje helpt je glazuur sterk houden. Neem een vaste volgorde van poetsen, zodat je niets vergeet. Bijvoorbeeld: binnenkant, buitenkant en bovenop. Ook tussen je tanden en kiezen moet het schoon. Dat kan met ragers. Dat zijn hele kleine borsteltjes. Het kan ook met houten tandenstokers of met flosdraad. Spoel je mond niet om. Spuug alleen de tandpasta uit. Zo werkt de fluoride nog lang door. Goed poetsen doe je na het ontbijt én voor het slapengaan.