
Er zijn veel soorten beugels. Sommige kun je zelf in en uit doen. Andere zitten vast in je mond. De beugel van de jongen op de foto noem je een slotjesbeugel.
Waarom een beugel?
Ken jij iemand met een beugel? Vast wel. Veel kinderen die geen melkgebit meer hebben dragen een beugel. Misschien moet je er zelf wel één dragen. Als je een beugel nodig hebt groeien je tanden scheef. Of ze groeien over elkaar, of op de verkeerde plek. Soms passen je bovenkaak en onderkaak niet goed op elkaar. Een beugel duwt of trekt je tanden en kaak naar de juiste plek. Je tanden gaan rechter staan. Je kunt beter kauwen. Poetsen gaat gemakkelijker. En rechte tanden zien er mooi uit.
Doet een beugel pijn?
Meestal is het je eigen tandarts die ziet dat je gebit niet goed groeit. Dan stuurt hij je naar een orthodontist. Dat is een speciale tandarts voor beugels. Het dragen van een beugel doet meestal geen pijn. Als je pas een beugel hebt voel je dat hij op je tanden drukt. Maar je raakt gewend aan die druk. Dan voel je het niet meer. Ongeveer één keer in de maand ga je terug naar de orthodontist. Hij of zij kijkt of je beugel goed z’n werk doet. Meestal draait hij de beugel dan weer wat strakker aan. Soms moet je daar weer even aan wennen. Na ongeveer twee of drie jaar staan je tanden op de juiste plaats.