
Dit meisje ademt haar medicijn in door een voorzetkamer. Dat is een speciaal apparaatje. Zo kan het medicijn direct in de longen zijn werk doen.
Moeilijk ademen
Ademhalen doen we altijd. Je ademt in, je ademt uit, in, uit, enzovoort. Het houdt niet op, zolang je leeft. Je denkt er niet eens bij na. Maar stel je voor dat je neus dicht zit. Je mag alleen nog door een rietje in je mond ademen. Je krijgt dan nog maar weinig lucht in je longen. Je hart gaat bonken, en je wordt bang dat je stikt. Alles wat je doet wordt moeilijk: praten, lopen, eten, slapen. Je wordt er heel moe van. Dit gebeurt er als je astma hebt. Je lichaam kan niet tegen onzichtbaar kleine deeltjes in de lucht. Bijvoorbeeld kou, rook, schilfertjes van dieren, stuifmeel of stof. Je hebt dan een allergie. Dat betekent dat je te gevoelig voor sommige dingen bent. Je lichaam kan daar dan niet tegen.
Wat te doen met astma?
Je gaat naar de huisarts. Die luistert naar je longen met een apparaat. En vraagt je allerlei dingen. Met een klein beetje van je bloed zoekt zij waar jij niet tegen kan. Dat is bij iedereen anders. Blijf uit de buurt bij dingen waar je niet tegen kan. Haal die weg uit je huis, je slaapkamer en je klas. Geen stof, geen rook, geen haren en veren van dieren. Er zijn medicijnen om je luchtwegen wijder te maken. Dan kun je makkelijker ademen. Je moet ze inademen met een apparaatje (inhalator). Er zijn ook medicijnen die je luchtwegen beschermen tegen allergische stoffen. Die medicijnen moet je altijd blijven innemen, elke dag.